Wanneer heb ik recht op een nabestaandenuitkering?

De Algemene nabestaandenwet (Anw) is een volksverzekering die aan volwassenen van wie de (huwelijks)partner is overleden, recht geeft op een uitkering. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering. De overleden echtgenoot, partner of ouder moet op de dag van overlijden verzekerd zijn geweest voor de Anw.

 

Automatisch verzekerd

Doorgaans valt iedere inwoner van Ne­derland automatisch onder de Algemene nabestaandenwet (Anw). De Anw maakt bovendien geen onderscheid tussen gehuwden, geregistreerd partners of samenwonenden. Ook als u gescheiden bent van de overledene kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering.

De nabestaandenuitkering Anw is een financiële ondersteuning van de overheid na het over­lijden van een partner of ouders. De hoogte van de Anw-uitkering is afhankelijk van uw in­komen.De Sociale Verzekeringsbank voert de Anw namens de overheid uit. Als uw partner is overleden heeft u mogelijk recht op een Nabestaandenuitkering Anw. Ook wezen kunnen in aanmerking komen voor een uitkering.

 

Meerdere vormven van nabestaandeuitkering

De nabestaandenuitkering kent meerdere vormen. Het hangt van uw situatie af, voor welke uitkering u in aanmerking komt:

  • Als nabestaande komt u in aanmerking voor een uitkering als u jonger bent dan 65 jaar en uw partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw. Daarnaast moet u ook aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
  1. u bent geboren voor 1950, of
  2. u heeft een kind onder de 18 jaar, of
  3. u bent voor tenminste 45% arbeidsongeschikt, waarbij het niet uitmaakt of u wel of geen WAO-uitkering heeft.
  • Als uw partner overleden is, kunt u recht hebben op een nabestaandenuitkering. Het maakt hierbij niet uit of u gehuwd was of ongehuwd samenwoonde.
  • Als weeskind komt u in aanmerking voor een uitkering als beide ouders zijn overleden en de laatst overleden ouder op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw. De wees moet jonger zijn dan 16 jaar. In sommige gevallen is er recht op een uitkering tot 21 jaar.
  • Als u als ouder of verzorger kinderen onder de 18 jaar verzorgt, waarvan één ouder is overleden (halfwezen), heeft u recht op een halfwezenuitkering.
  • Als uw ex-huwelijkspartner overlijdt, kunt u recht hebben op een uitkering. Voorwaarde is wel dat u alimentatie kreeg. De uitkering is nooit hoger dan het bedrag aan alimenta­tie dat de overledene verschuldigd was.

De uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon. Nabestaanden die een halfwees onder de 18 jaar verzorgen, krijgen bovendien een inkomensonafhankelijke uitkering van 20% van het netto minimum­loon. De hoogte van de Anw-uitkering is afhankelijk van uw inkomen. De halfwezenuitkering is niet afhankelijk van uw inkomen.

 

Nabestaandenpensioen

Indien uw partner komt te overlijden kunt u wellicht ook in aanmerking komen voor een na­bestaandenpensioen. De meeste pensioenregelingen zorgen voor een nabestaandenpensi­oen voor de partner. Vaak is de hoogte van dit nabestaandenpensioen gekoppeld aan het ouderdoms en wordt over het algemeen gesteld op 70 procent van het maximaal te bereiken ouderdomspensioen. Niet bij alle pensioenregelingen is de hoogte van het na­bestaanden­pensioen echter gekoppeld aan het ouderdomspensioen. Voor informatie over uw persoon­lijke situatie kunt u daarom het beste contact opnemen met uw pensioenfonds of pensioen­verzekeraar.

 

Op risicobasis

Een toenemend aantal pensioenfondsen en pensioenverzekeraars biedt een nabestaanden­pensioen “op risicobasis”. Als iemand overlijdt op het moment dat hij in loondienst is, dan ontvangt de partner een na­bestaandenpensioen die vergelijkbaar is met het “normale” ou­derdomspensioen. Wordt ie­mand werkloos, dan kunnen de gevolgen voor een pensioen op risicobasis ingrijpend zijn. Want op het moment dat het dienstverband wordt verbroken, ver­valt namelijk het nabe­staandenpensioen. Bij overlijden tijdens een periode van werkloosheid bestaat er geen enkel recht op een nabestaandenpensioen van de ex-werkgever.

 

Uitruil van pensioenrechten

Vanaf 1 januari 2002 bestaat het recht op uitruil van pensioenrechten. Dit betekent dat ie­mand, op het moment dat hij met pensioen gaat, de aanspraak op een nabestaandenpensi­oen kan omzetten in een hoger ouderdomspensioen. Ook kan hij het recht gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Als iemand geen partner heeft, ligt uitruil voor de hand. Maar iemand kan ook afzien van een nabestaandenpensioen omdat de partner voldoende eigen inkomsten (pensioen) heeft. Het recht op uitruil geldt alleen voor pensioenrechten die na 1 januari 2002 zijn opgebouwd.

Ook al heeft u een uitstekend ouderdomspensioen, dan nog bestaat de kans dat het nabe­staandenpensioen ontoereikend is. Het ontbreken van het recht op een Anw-uitkering kan hiervan de oorzaak zijn, maar er kunnen meer oorzaken zijn. Of er wel of geen nabestaan­denpensioen is, heeft voor nabestaanden geen invloed op de hoogte van de Anw-uitkering. Het nabestaandenpensioen komt bovenop de eventuele nabestaandenuitkering.