Mijn huisbaas luisterde wel naar LBV

Anne, 21 jaar

Inlenersbeloning

Nieuwsoverzicht

In zowel de ABU- als de NBBU-CAO voor Uitzendkrachten is bepaald dat een uitzendkracht recht heeft op het hetzelfde loon als een werknemer in vaste dienst bij het bedrijf waar je naar wordt uitgezonden, ook wel de inlener genoemd. Voor bijzondere groepen* gelden er afwijkende beloningsafspraken. De standaard beloningsafspraak wordt ook wel het loonverhoudingsvoorschrift of de inlenersbeloning genoemd. In artikel 18 (ABU) en artikel 20 (NBBU) is vastgelegd wat er precies onder deze inlenersbeloning wordt verstaan.

 

De inlenersbeloning is samengesteld uit de navolgende elementen, overeenkomstig de bepalingen, zoals die gelden in de inlenende onderneming:

  1. uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;
  2. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting in tijd en/of geld;
  3. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegentoeslag;
  4. initiële loonsverhoging;
  5. kostenvergoeding (voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen: reiskosten, pensionkosten, gereedschapskosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie);
  6. periodieken.

 

Op de bovenstaande elementen moet de beloning van een uitzendkracht gelijk zijn aan die van een vaste werknemer in dienst van het bedrijf waar je naartoe wordt uitgezonden. Als je als uitzendkracht naar allerlei verschillende bedrijven wordt uitgezonden, dan wordt keer op keer je inlenersbeloning opnieuw vastgesteld en kan je loon, per keer dat je wordt uitgezonden, de ene keer hoger of lager zijn dan de andere keer.

 

* Bijzondere groepen

Voor bijzondere groepen zoals AOW’ers én uitzendkrachten met afstand tot de arbeidsmarkt gelden dus andere regels ten aanzien van beloning. Bij uitzendkrachten met een afstand tot de arbeidsmarkt moet je denken aan:

  1. Re-integratiedoelgroepen, dus personen die recht hebben op een uitkering op grond van een of meer van de volgende wetten: WIA, WAO, Wajong en WWB;
  2. Langdurige werklozen (die 12 maanden of langer niet hebben gewerkt);
  3. Uitzendkrachten zonder startkwalificatie (die zonder diploma havo, vwo of MBO niveau 2 of hoger) en die geen onderwijs meer volgen;
  4. Personen die binnen de kaders van de Participatiewet vallen;
  5. Schoolverlaters;
  6. Herintreders;

 

Voor bijzondere groepen geldt dat, in afwijking van de inlenersbeloning, zij gedurende een periode van 52 weken niet 100 procent, maar 85 procent van de inlenersbeloning mogen ontvangen. Uiteraard mag deze 85 procent nooit lager zijn dan het voor de uitzendkracht geldende wettelijk minimumloon.

Deze website maakt gebruik van cookies om na te gaan hoe deze wordt gebruikt.

Meer info